Turmac of BAT sigarettenfabriek

Bijna een aflevering uit Sheherazade’s ‘1001 nacht’, zo klonk het verhaal van Kiazim Emin Bey die zo’n beetje als een sjeik met een eigen treinwagon Zevenaar kwam binnenrollen, omringd door talloze bedienden en sigarettenrokende haremdames. Hoe deze Kiazim, een Turk van origine uit het Zwitserse St. Moritz, in Zevenaar belandde, vertelt dichter en Liemers kenner Rien van den Heuvel op een voor het Liemers Museum gemaakte dvd. Het kwam door een ontmoeting tussen hem en de Zevenaarse tabakshandelaar Willem Carel Buschhammer in 1920. “Tabak werd in die dagen in moestuinen door kleine boeren en tuinders geteeld”, weet Ingrid Mens van het Liemers Museum. “Buschhammer had dus gewoon ingespeeld op iets dat hier al was”. Beide mannen wilden een eigen fabriek oprichten en dit gebeurde ook in 1920 aan de Kerkstraat.

Omdat van alleen Nederlandse tabak geen goede sigaretten waren te draaien, zorgde Kiazim Emin Bey voor buitenlandse aanvoer. In grote balen kwam de tabak uit Turkije en Macedonië. Vandaar de naam Turkish Macedonian Tobacco Company, ofwel Turmac, zoals veel Zevenaarders de sigarettenfabriek nog steeds noemen. Aan de Kerkstraat werden sigaretten met gouden mondstukken in een oosterse verpakking gemaakt. Prachtige kleurenplaatjes stonden op de pakjes en blikjes, van paleizen van de sultan tot mondaine vrouwen met een tulband die nonchalant lagen te roken op een chaise longue. ‘Turmac, de kwaliteitssigaret’, was in die tijd op reclameborden op trams te lezen.

Een moeilijke tijd was de Tweede Oorlog. Drie keer werd de Turmac gebombardeerd. “In september 1944 met een aanval op het station waarbij een verdwaalde raket op de Turmac neerkwam”, zei historicus Ben Janssen. “Hierbij vielen twee doden en een zwaargewonde te betreuren. Op 6 februari en op 23 maart 1945 werd de fabriek opnieuw gebombardeerd. Bij de laatste keer werd het productiegebouw volledig in puin gelegd. Ook werd een directeur door de Duitsers vermoord, Carel Gersdorf heette hij; naar hem is in Zevenaar een straat vernoemd”.

De sigaret ging in de oorlog op de bon en werd ook niet langer van toptabak gemaakt, maar van bramen- en beukenbladeren en tabaksbladeren uit de regio. Deze surrogaatsigaret heette Consi. Toen na de bevrijding de Amerikaanse en Engelse sigaretten Nederland veroverden, was er volgens Rien van den Heuvel geen mens meer die nog aan de smakeloze Consi-sigaret trok. Ook het vleugje uit de Oriënt ging op in rook. Sweet Corporal en Chesterfield waren hot . Later deed Old Mac zijn intrede. “Altijd trek in een Old Mac’, luidde de slogan. In 1960 rolde de laatste echte Turmac-sigaret van de band. Daarna zocht de fabriek aansluiting met buitenlandse fabrikanten om elkaars merken in licentie te mogen produceren.

Een overname volgde halverwege de jaren negentig door Rothmans en sinds 1999 heette de fabriek British American Tobacco Manufacturing die vooral voor Nederland, Duitsland en Frankrijk leverde. Landen waar de sigaret in het verdomhoekje zit. “Als je de volumes steeds ziet krimpen, weet je dat het niet goed gaat met de Bat”, zei Theo Gerritzen van de Ondernemingsraad

In juni 2006 werd bekend gemaakt dat de BAT-fabriek de productie in Zevenaar over twee jaar zou gaan staken. De toekomstige investeringen in de Europese Unie zouden worden gericht op de kernfabrieken van BAT in Duitsland en Polen. De directie had geconstateerd dat deze strategie leidde tot meer dan halvering van de productie in Zevenaar in de komende twee jaar, waarbij de overblijvende productie uitsluitend zou bestaan uit lokale merken die aan verdere daling onderhevig zijn. Deze situatie dwong de directie te concluderen dat sluiting van het bedrijf onvermijdelijk was. Maar liefst 570 mensen moesten op zoek naar ander werk en de gemeente verloor een organisatie die zich op cultureel, sportief en sociaal gebied binnen de Zevenaarse gemeenschap zeer verdienstelijk heeft gemaakt.

Turmac in Zevenaar

Bronnen

  • B. Janssen, Th. Keultjes, F. Wienk en G. Willemsen, Onder de rook van Turmac te Zevenaar (Zevenaar, 2005)
  • Liemers Lantaren, 7 juni 2006
  • De Gelderlander, 30 oktober 2004
  • Documentatiecollectie Zevenaar