Liemers Verleden Archieven Zevenaar ABC

Zevenaar - Pastoor Pelgrom

Pastoor Carel Hendrik Pelgrom (1815-1871), was de grondlegger van de Pelgromstichting. Het gezin Pelgrom, waaruit de pastoor voortkwam, bewoonde te Zevenaar het kasteelachtige huis en voormalige havezate Enghuizen; vandaar dat men ook wel de familienaam bezigde Pelgrom van Enghuizen. Enige generaties lang brachten de Pelgroms geneesheren voort, de vader van pastoor Carel Hendrik Pelgrom was ook geneesheer. De vader Johan Baptist Pelgrom (geboren 1790) behaalde op 11 mei 1816 aan de universiteit van Duisburg de graad van geneesheer. In het bevolkingsregister 1820-1830 der ingezetenen van de gemeente Zevenaar staat vermeld, dat Johan Baptist de beroepen van geneesheer en apotheker uitoefende. En dat hij getrouwd was met Elisabeth Sophia Hubertina Henderina Vermeer (geboren 1792). Het echtpaar kreeg vier kinderen; in volgorde van geboorte waren dat: Carel Hendrik (geboren 1815) die later pastoor zou worden en de Pelgromstichting via een testament tot leven zou brengen, vervolgens Eduard Frederik (geboren 1818), August Johan (geboren 1820) en Emilia Catharina Henriette (geboren 1822).

De oudste zoon Carel Hendrik Pelgrom, geboren Zevenaar 31 augustus 1815 en één dag later aldaar gedoopt in de Sint Andreas parochiekerk, voelde zich niet aangetrokken om in de voetsporen van zijn vader te treden om ook geneesheer te worden, hij gaf er de voorkeur aan een geestelijk ambt te bekleden. Na het volbrengen van zijn priesterstudie, was hij kapelaan in Haarlem van 1843 tot 1844. Daarna vertrok hij naar Zuid-Holland en werd daar in Delft kapelaan tot 1848. Vervolgens ging hij naar Brielle waar hij pastoor was tot 1855. Toen keerde hij terug naar het hem zo vertrouwde Zevenaar en woonde tot aan zijn dood, 2 oktober 1871, op Enghuizen. Aan het eind van zijn leven had pastoor Carel Hendrik Pelgrom bij notaris Zeno Johan Gerhard de Both (*Wisch 1835) te Zevenaar, op 6 september 1871 een testament laten opmaken; waarin de voorwaarden, de geldmiddelen en de statuten werden vastgelegd om de Pelgromstichting te kunnen oprichten. De stichting had tot doel een tehuis te bouwen voor hulpbehoevenden, armen en ouden van dagen. Ofschoon reeds in 1871 maatregelen werden genomen voor de bouw aan de Marktstraat, kwam deze pas de 3e mei 1877 tot stand en zou tot de afbraak in 1966 een tehuis zijn voor hulpbehoevenden en bejaarden. Daarna werd in 1966 Huize Pelgrom in gebruik genomen; het tehuis voldeed aan de eisen van de tijd tot in het jaar 1998. Huize Pelgrom was een ontwerp van de architecten J. Bedaux uit Goirle en de Zevenaarder A.L. Rutten. Het gebouw was gelegen aan de dokter Honigstraat. De kosten van het bejaardenhuis werden in 1962 geraamd op 1.260.785 gulden. Van 1877 tot 1950 had de Congregatie van de Zusters der Heilige Maagd Maria, genaamd het gezelschap van Jezus, Maria en Jozef (zusters van J.M.J.), de zorg en leiding op zich genomen. Vervolgens waren de zusters van de Congregatie van Julie Postel (Zusters der Christelijke Scholen en van Barmhartigheid) van 1950 tot in 1986 belast met de verzorgingstaak, daarna namen leken het beheer van de inrichting en de verzorging van de bejaarden over. De derde versie, na de twee gebouwen met respectievelijk de namen Pelgromstichting (1877-1966) en Huize Pelgrom (1966-1998), werd 12 november 1998 officieel geopend en kreeg de naam Pelgromhof gelegen aan de Molenstraat op de plaats waar de zuivelfabriek stond. Het project was ontworpen door de uit Zwijndrecht afkomstige architect Frans de Werf, die veel ervaring heeft op het gebied van organische vormgeving en bio-ecologische architectuur.

Bron: - A.J.M. Akkermans, De Pelgrom van Karel Hendrik Pelgrom van Enghuizen, Zevenaar, 1986. - A.W.A. Bruins, De genealogie van pastoor Carel Hendrik Pelgrom (1815-1871), Zevenaar, 1998.

Volgende onderwerp: Postgeschiedenis

 

Terug naar de vorige pagina