|
Liemers Verleden
Archieven
Wehl
ABC
Wehl - Verkeer
|
Wehl mag dan vanouds aan een knooppunt van wegen zijn gelegen, veel verkeer vond
er niet plaats. In de jaren dertig van de vorige eeuw was de enige geregelde
vervoersmogelijkheid de kar die iedere donderdag van Emmerik via Zeddam en
Keppel naar Zutphen reed, en de volgende ochtend terugkeerde. Als halte
fungeerde in die tijd De Zwaan. De in 1848 door particulier initiatief tot stand
gekomen Zutphen-Emmerikse grindweg heeft daar weinig aan veranderd. Financieel
gesproken werd de weg een regelrechte mislukking. Nadat de weg sedert 1894
onbeheerd had gelegen trok vijf jaar later de provincie het onderhoud van de weg
aan zich. De tollen op deze weg werden bij KB van 17 februari 1903 opgeheven.
Slechts een paar jaar, namelijk van 1 juli 1849 tot 1 december 1855 deed de
diligence van Van Gend en Loos die het traject Zutphen-Emmerik bereed, Wehl aan.
Daarna bestond er vooreerst geen openbaar middel van vervoer meer, zodat zij die
niet over een paard en wagen beschikten alles te voet moesten doen. Zo liep de
bevolking naar de markt in Doesburg en eveneens naar de kermis aldaar. Vanwege
dit gebrek aan verkeersmiddelen verkeerde Wehl tot voor een eeuw in een vrij
geïsoleerde positie, met alle voor- en nadelen vandien. Door de aanleg van het
spoor in 1885 werd Wehl echter plotseling uit z'n isolement verlost. Onder meer
tengevolge van die spoorlijn is het zich toen ook meer gaan richten op
Doetinchem, in plaats van op Doesburg, dat voordien steeds de marktplaats voor
Wehl was. Het rijwiel deed hier pas vrij laat z'n intree. Een oud- Wehlenaar die
kort na de vorige eeuwwisseling de lagere school bezocht, bericht daarover het
volgende: Fietsen waren er niet in het begin mijner schooljaren. Alleen de
werklieden van Damens timmerzaak hadden een soort fiets gemaakt, geheel van
hout, welke ze op het schoolplein wel eens beproefden. De afrastering van een
poor boompjes die op het plein stonden gebruikten ze als ladder om er op te
klimmen. De fietser zat minstens twee meter hoog; achter was een klein wieltje;
spaken in 't grote wiel, waarin trappers bevestigd waren. Wij keken ons de ogen
uit, hoe ze daar op konden blijven zitten en zich voortbewogen. Dezelfde zegsman
herinnert ons er aan dat de toestand van de wegen in die tijd heel wat slechter
was dan nu: In 't dorp waren de wegen verhard, soms met afbraak van huizen. De
weg Keppel-Kilder was redelijk goed, Didam zeer slecht, verder geen verharde
weg, alleen modder en water, soms zo erg dat, als we bij school kwamen, het
water in onze klompen stond, welke we dan bij de kachel konden drogen. De
verharde wegen werden met houten blokken over en weer geblokt, zodat er geen
sporen ingereden werden; 's morgens er op,'s avonds weer terug op de bermen. In
de wintertijd kwamen vele klachten op 't gemeentehuis over de toestand van de
wegen, welke dan door de burgervader en de veldwachter onderzocht werden,
allemaal te voet. En in 't voorjaar werd er de hand- en spandienst opgeroepen om
op de wegen zand te rijden ter verbetering van de weg. Alle aanliggende
belanghebbenden moesten helpen zonder vergoeding; wie een paard had met de kar,
anderen met schop of bats. Op 14 februari 1924 werd Wehl opgenomen in het net
van de G.T.M. via het traject Doetinchem- Keppel-Wehl-Didam. Wegens gebrek aan
passagiers moest de lijn echter half mei van het zelfde jaar weer worden
opgeheven. Eerst na de Tweede Wereldoorlog kreeg men er een definieve
aansluiting op de buslijnen.
Volgende onderwerp: Vlag
 |
|
|
Terug naar de vorige pagina
|