|
Tot het midden van de vorige eeuw beschikten de meeste plattelandsgemeenten niet
over een raad- of gemeentehuis. Meestal werden de weinige raadsvergaderingen in
een kamer van een dorpsherberg gehouden, terwijl de secretarie gevestigd was bij
de burgemeester (die tevens secretaris was) aan huis. Ook de gemeenteontvanger
voerde zijn administratie vanuit zijn woning. In Wehl was de toestand niet
anders. Eerst per 1 januari 1853 ging het gemeentebestuur er toe over een vast
vertrek te huren (van zekere M. Koenders) teneinde dat als 'huis der gemeente'
te gebruiken. Lang heeft die toestand evenwel niet geduurd. Want reeds het
volgende jaar bood de 'Heer' van Wehl, Graaf van der Goltz, de gemeente om niet
een stuk grond aan, 'teneinde daarop eene gemeentesecretarie te bouwen'. Het
perceel, waarom het hier ging, was gelegen naast de openbare school aan de
Grotestraat. Naar de mening van de burgemeester bestond er grote behoefte aan
een raadhuis, vooral met het oog op de veilige bewaring van het archief, volgens
hem 'het kostbaarste wat de gemeente bezit'. Ook de raad voelde wel voor een
dergelijk gebouw, zodat de genereuze schenking in dank werd aanvaard. Nadat in
1854 de aanbesteding had plaats gevonden, waarbij het werk was gegund aan de
metselaars Bernardus Schoelenborg en Jan Kamps en de timmerman Christiaan
Freriks, voor de som van op één cent na f 1500, verrees in 1855 het eenvoudige
raadhuis, dat velen nog gekend zullen hebben. De monumentale trap voor het
gebouw dateerde overigens eerst van 1915. Ruim driekwart eeuw heeft het raadhuis
tot zetel van het gemeentebestuur gediend. De laatste jaren echter was het
gebouw steeds meer in verval geraakt. Maar, zoals dat meer gaat, er moest eerst
een 'buitenstaander' komen, die de gemeente, welke geleidelijk aan de situatie
was gewend geraakt, op de onhoudbare toestand zou wijzen. Het was de sinds 1934
fungerende burgemeester Jonkheer Van Nispen tot Pannerden, die al kort na zijn
intrede in Wehl constateerde dat het gemeentehuis vervangen zou moeten worden
door nieuwbouw. De gemeente was echter armlastig, zodat het er naar uitzag, dat
het nog wel enige jaren zou duren, vooraleer een meer eigentijds raadhuis
gebouwd kon worden. In 1935 begon evenwel het plafond van de raadzaal plotseling
dermate af te brokkelen, dat de burgemeester het nodig oordeelde een diepgaand
onderzoek in te stellen naar de bouwkundige toestand van het pand. Samen met
wethouder en bouwkundige J.M. Rosmuller en de aannemer H.W. Lukassen werd het
gebouw van onder tot boven onderzocht. Het resultaat van het onderzoek was
onthutsend: de toestand was werkelijk levensgevaarlijk en het gebouw diende
onmiddellijk ontruimd te worden. Binnen enkele dagen werd na veel moeite een
voorlopig onderkomen gevonden in een leslokaal van de R.K. meisjesschool.
Ondertussen had de burgemeester nog opdracht gegeven aan de Doetinchemse
architect G.J. Graafsma een rapport over de toestand van het raadhuis uit te
brengen. We hebben niet kunnen nalaten de inhoud er van hier te laten volgen.
Rapport betreffende de toestand van het Gemeentehuis te Wehl. Midden in het dorp
Wehl bevindt zich het Gemeentehuis. Door de forsche buitentrap die toegang geeft
tot het eigenlijke raadhuis, weet het zich het aanzien te geven, dat van hieruit
de gemeente beheerd wordt. Bestijgen we echter de trap en treden we het
gemeentehuis binnen, dan wacht ons een groote teleurstelling. Een portaal van
plm 2 x 2 m. geeft toegang tot de verschillende vertrekken in totaal 3 stuks;
n.l. links de raadzaal, van 4,5 x 5 m.; rechts een dito zaal ingericht tot
secretarie en verder nog een hokje van 2 x 3 m., dat de wijdsche naam van
burgemeesterskamer draagt. In al deze vertrekken zijn de houten vloeren
verbazend slecht. Tusschen de vloerdeelen zijn groote naden en de vloer is
bovendien goeddeels versplinterd. De plafonds hangen voor een groot deel los.
Door de vochtige toestand van de muren is het behang en linnen op de betengeling
voor het grootste deel weggerot. De kasten tegen de muren geplaatst zijn
zoodanig vochtig, dat van al de zich daarin bevindende papieren na enkele jaren
niet veel meer over zal zijn. De ramen en deuren sluiten en passen niet meer. De
toestand in al deze vertrekken is in een woord treurig. De meeste zorg baart ons
echter de toestand van de plafonds en om deze nader te onderzoeken zijn we eens
naar de zolder getrokken. Een trap, toegang gevende tot de zolder is niet
aanwezig, om er te komen, moeten we een ladder tegen de buitengevel plaatsen en
betreden langs deze door een dokvenster de zolder. Als we door het dokvenster de
zolder opstappen bekruipt ons een onaangenaam gevoel. De planken schijnen te
zweven, want als we de voet op de zolder zetten, zakt deze zeker 10 à 15 cm. weg
en rust dan eindelijk op de zolderrib. De ribben schijnen geheel weggezakt te
zijn, hoe 't mogelijk is is mij echter een raadsel. Enkele planken liggen geheel
los en als we deze wegnemen blijkt dat de ribben bestaan uit behakte ronde
dennen. Deze zijn zoodanig vermolmd, dat we met de hand er groote stukken van
weg kunnen nemen. De bekapping geheel samengesteld van rond hout is zoodanig dat
de sporen geheel zijn doorgezakt, enkele zelfs gebroken en de meesten zoodanig
vermolmd, dat er naar het schijnt niet veel toe noodig is om de heele zaak in
elkaar te doen vallen. Door de zakking der kap zijn er lekkages ontstaan,
waaraan het wel toe te schrijven is dat de Plafonds in de voorgenoemde toestand
zijn geraakt. Als we de ladder zijn afgedaalt, rest ons nog het sous-terrain te
bezichtigen. Dit sous-terrain bevindt zich onder het geheele gebouw. Dit is plm.
2 m. hoog en bevat een brandspuitbergplaats welke tevens voor kolenberging
dient, een ruimte waar de waag is opgesteld en een cachot. Het cachot is
zoodanig, dat de meeste kippenhokken in Wehl doelmatiger zullen zijn. Verder is
er nog een kamertje voor het kadaster en een W.C. Deze W.C. is de eenigste van
het raadhuis, en is alleen van buitenaf bereikbaar. Zooals de muren op het
raadhuis, zijn ook de muren van het sous-terrain verbazend vochtig. Het
voorgaande samenvattend kunnen we zeggen; De toestand van het raadhuis in Wehl
is verbazend slecht, het is daarbij veel te klein en van alle gerief gespeend.
Er is daarom maar één oplossing en dat is een geheel nieuw raadhuis op de plaats
van het oude, waarbij grond aangekocht zal moeten worden, of wel het raadhuis op
een geheel andere plaats. Na enige tegensputteren van sommige raadsleden - één
gaf te kennen: 'al de andere burgemeesters hebben het er mee kunnen doen',
waarop Van Nispen antwoordde 'wat vroeger kon is thans niet meer mogelijk; de
Batavieren vergaderden vroeger wel in de openlucht' - werd besloten een nieuw
raadhuis te bouwen in de tuin van de eveneens zeer bouwvallige dokterswoning,
welke zou worden afgebroken. De ruimte laat het niet toe de verdere
verwikkelingen op de voet te volgen. Op 3 maart 1938 vond de opening plaats van
het onder architectuur van Ir. J. Franssen te Roermond voor de som van f 22.000
gebouwde raadhuis, in aanwezigheid van onder meer de Commissaris der Koningin.
Het oude raadhuis werd, na enige tijd te hebben gediend als stempel- en
arrestantenlokaal, in 1937 verkocht, om vervolgens te worden verbouwd tot winkel
annex woonhuis.
In "De gemeentehuizen van Wehl" (G.M. van de Graaf, 1992) kunt u meer lezen
over de Wehlse raad- of gemeentehuizen.
Volgende onderwerp: Rampen
 |