Liemers Verleden Archieven Wehl ABC

Wehl - Processies

Volgende onderwerp: Questiën

Wat na de Reformatie in omliggende, vanouds Gelderse plaatsen niet meer was toegestaan, mocht in Wehl wel: het houden van processies door de katholieken. Dit voorrecht, dat uit de Kleefse tijd stamt, werd na 1816 door het Nederlandse bewind gerespecteerd, zij het na enige moeilijkheden. Ook de andere voormalig-Kleefse plaatsen kenden dit privilege: Zevenaar, Oud-Zevenaar, Groessen, Duiven, Loo, Huissen. Na de Tachtigjarige Oorlog was de Republiek der Verenigde Nederlanden een protestantse natie geworden waarin de uitoefening van o.a. de katholieke godsdienst hoogstens oogluikend werd geduld. Bestuursfuncties waren nagenoeg uitsluitend weggelegd voor protestanten. Weliswaar waren de verhoudingen in de loop van de achttiende eeuw wat milder geworden, maar niettemin zullen de overwegend katholieke Kleefse gebieden, die na de Franse revolutietijd bij het Koninkrijk der Nederlanden werd gevoegd, zich tegenover de calvinistisch getinte bestuurs- en rechtscolleges onwennig en onbegrepen hebben gevoeld. Strubbelingen, juist op het punt van de openbare uitoefening van de godsdienst, bleven niet uit. Hoewel van provinciewege op 9 april 1817 het verbod op openbare godsdienstoefeningen, dat op 10 december 1816 was uitgevaardigd, weer ingetrokken was - waarmee de overheid te kennen gaf, de vanouds bestaande rechten te willen respecteren -lag om zo te zeggen de officier van justitie voortdurend op de loer. Een voorbeeld zien we bij het destijds in zwang zijnde gebruik, dat de priester bij begrafenissen in liturgisch gewaad naar het sterfhuis ging - althans binnen de bebouwde komen in de lijkstoet meeliep. Dat viel onder de toegestane oude rechten. Maar toen sinds 1829 niet meer om de kerk, maar op de nieuwe begraafplaats buiten de kom werd begraven en de rouwstoet dientengevolge na de kerkdienst niet op kerkegrond kon blijven, tekende 'justitie' protest aan. Datzelfde herhaalde zich in 1862. De burgemeester moest alle zeilen bijzetten om aannemelijk te maken, dat de priester zich geen nieuw recht aanmatigde, maar dat de vermeende overtreding een gevolg was van de verplaatsing van het kerkhof. Maar belangrijker dan de juridische achtergrond van de processies is de religieuze zin er van. Sacramentsprocessies zijn bedetochten, bedoeld als eerbetoon aan het meegedragen Sacrament des Altaars. Onder gebed en gezang werd het katholieke geloof buiten kerk en woning uitgedragen. De processie was enerzijds een triomfantelijke presentatie, anderzijds een ontroerend toonbeeld van devotie. Juist in een plaats waarin zo velen hun brood in de landbouw verdienden, markeerden de twee Sacramentsprocessies als het ware begin en einde van het hoogseizoen. De voorjaars processie, ook 'Wehlse Umdracht' genoemd, werd op Drievuldigheidszondag gehouden, dat is de eerste zondag na Pinksteren. Via Jhr. de Bellefroidweg en Cingelwal trok men naar de voormalige boerderij 'Diepenbroek', waar onder het lommer van het geboomte de predicatie werd gehouden, meestal door een priester van elders. Na de zegen met het Allerheiligste hervatte de stoet de tocht naar de kerk. Onderweg werd ook enkele malen de zegen gegeven, bij de rustaltaren. Een schallend 'Te Deum' in de kerk besloot de plechtigheid. Op gelijke wijze trok de eerste zondag in september de processie naar het Hagelkruis, de eeuwenoude boerderij ten westen van het dorp. Deze route was langer dan die naar Diepenbroek en een gebed voor de gewassen - een der doelstellingen van de processies - vond hier dan ook een passende entourage. Aan de Hagelkruisweg stonden immers nog maar sporadisch enkele woningen. De terugtocht verliep via Molenweg en Didamseweg. Centraal in de processie stond uiteraard de monstrans met de H. Hostie, gedragen door een priester, onder het baldakijn. Van de verschillende meetrekkende groeperingen zouden we kunnen noemen: buurtgeestelijken, kerkbestuur, armbestuur, gemeentebestuur, Zusters, Broeders, misdienaars, bruidjes, zangkoren, verenigingen (met name de standsorganisaties) achter hun vaandel, schoolmeisjes, schooljongens, vrouwen, mannen, en niet te vergeten de muziekvereniging AMDG, veelal geassisteerd door St. Jan uit Kilder. Na afloop gaven deze muziekgezelschappen bij de pastorie een korte aubade ten beste, waarna de inmiddels geopende kermisvermakelijkheden (en het kermismiddagmaal) de nodige belangstelling trokken. Pastoor Smals glorieerde, wanneer onder een stralende zon de hele parochiegemeenschap haar medewerking gaf en alles, in goede banen geleid door de broedermeesters, naar wens verliep. Zijn zinspreuk was: 'Steeds beter, steeds mooier'. Er was nog een derde processie: de bedetocht voor de gewassen (de 'vruchten der aarde'), die op Hemelvaartsdag naar het Hagelkruis werd gehouden. Na een collecte voor de armen werd bij het Hagelkruis deze processie ontbonden. Dit was geen Sacramentsprocessie, dat wil zeggen de monstrans werd niet meegedragen. Een verschil met de Sacraments-processies was ook, dat deze tocht na het lof werd gehouden, terwijl de Sacramentsprocessies zich na de hoogmis opstelden. In een tijd van verstedelijking van de dorpen en verandering in de geloofsbeleving zijn processies niet meer zo vanzelfsprekend als in de dagen van weleer. Wanneer een spontane uiting van geloof en devotie een folkloristische attractie dreigt te worden, is bezinning op het te volgen beleid geboden. Maar hoe de toekomst ook wordt, in de rijke processietraditie, waardoor Wehl duidelijk bevoorrecht is boven de buurtparochies, gaat een onmiskenbare inspiratie van het geestelijk leven schuil.


Processie, ca 1918

 

Terug naar de vorige pagina