Liemers Verleden Archieven Wehl ABC

Wehl - Nijverheid

Behalve de reeds eerder - onder het hoofd industrie - genoemde industriële vestigingen zijn in Wehl nog vele andere takken van nijverheid beoefend. Reeds
in 1706 bijvoorbeeld wordt de brouwerij van Hendrik Steintjes genoemd. Behalve deze bierbrouwerij, die in 1770 nog in werking was, bestond er nog een tweede, namelijk die van Wilhelm Jansen, later Derk Stokman. In 1815 was er nog één brouwerij over, waarvan de afzet uitsluitend binnen de gemeente plaats vond.
Een foezel- of brandewijnstokerij was sinds 1753 in een bijgebouw van Broekhuizen gevestigd. Eigenaar daarvan was richter Arn. Felderhoff.
Omstreeks 1780 wordt Willem Gudde als 'voeselbrenner' vermeld.
Bij de boerderij 't Höltje, aan de Keppelse weg, had landbouwer, tevens wethouder, Hendrik Stapelbroek een rosoliemolen, die van 1835 tot ca. 1878
heeft bestaan.
Blauwververijen (waar weefsels door middel van wede of indigo blauw geverfd werden) heeft Wehl ook gekend. De grootste was die van de familie
Stokman, op de hoek van de Keppelse weg tegenover De Zwaan, die in de tweede helft van de vorige eeuw nog werkte.
Alle aspecten van plaatselijke nijverheid hier te behandelen is onmogelijk. Vast staat dat het de Wehlse handwerkslieden niet aan kundigheid of vindingrijkheid ontbrak. Zo meldde bijvoorbeeld de in Doesburg verschijnende courant Koning en
Grondwet van 4 september 1867:
Binnenland en gemengde berichten.
Wehl. Onze jeugdige timmerman Jan Rosmüller heeft eene ijzeren-naaimachine vervaardigd, verkocht en afgeleverd, waarvan kenners en gebruikers zeggen,
dat ze aan hare bestemming niet alleen zeer voldoet, maar bovendien keurig net is afgewerkt. De vernuftige kunstenaar had ergens elders eene dergelijke naaimachine gezien, die toen afgeteekend, daarvan een model in hout vervaardigd, het benoodigde ijzer laten gieten en eindelijk een kunststuk tot stand gebragt, zoo als het hier thans bij den kleermaker en kooper H. v. Uum staat.
Men kan zich den volhardenden wil van den vervaardiger voorstellen als men bedenkt, dat hij zich eerst alles moest aanschaffen, wat tot bewerking van het ijzer noodig was, en hij veelal de tusschenuren en den laten avond moest te baat
nemen om bij zijne dikwerf overhoopte beroepsbezigheden, den tijd, aan het vervaardigen van bedoeld stuk besteed, te kunnen uitwinnen.

Volgende onderwerp: Onderwijs

 

Terug naar de vorige pagina