|
Wanneer men de molens, die elders in dit boek behandeld
worden, buiten beschouwing laat, is de oudste industrie in Wehl zeker die van de
steenfabricage geweest. Reeds in de jaren rond 1770 is er sprake van een
steenoven behorende tot de bezittingen van het landgoed De Slangenburg bij
Doetinchem, welke oven niet ver van de Keppelse wetering gelegen moet hebben. In
dezelfde hoek van de gemeente, aan de Keppelse kant van de wetering, werd in
1838 door P. Teunissen op het tegenover Barlham gelegen weiland Den Espol een
steenoven gesticht. Ze bestond nog geen tien jaar. In 1858 richtte Jan Spall er
vlakbij, maar nu aan de Wehlse kant van het water, een steenbakkerij op. In 1871
bestond de fabriek nog. Er waren toen acht volwassenen en vier kinderen
werkzaam. Niet alleen voor steen-, maar ook voor pottebakkerijen was er
grondstof in Wehl te vinden. In 1825 kreeg Jellis Lorijn, pottebakker te Wehl,
vergunning van de gemeenteraad om op het erve Groot Schopperden een
pottebakkerij te stichten. Tot ca. 1827 komt een pottebakkerij van J.F.
Kastenaar voor. In 1835 tenslotte, kreeg Gerhardus Kaaken vergunning achter het
huis van de Hervormde koster en schoolmeester, op een driehoekig stukje grond
aan de weg naar Zeddam, een pottebakkerij op te richten. Kaaken bakte niet
alleen grof aardewerk, maar ook estrikken en zelfs dakpannen! Zeer belangrijk
was omstreeks het midden van de vorige eeuw de 'calicot (= katoen)weverij' van
(oud-)burgemeester G. Melchers die van 1851 tot 1864 heeft bestaan. Het gebouw,
waarin 20 à 25 arbeiders in touw konden zijn, stond niet ver van het
tegenwoordige gemeentehuis, op de hoek van de huidige J ulianastraat en Didamse
weg. Toen het bedrijf, dat in zijn bloeitijd veel naar Nederlands Indië
exporteerde, wegens gebrek aan grondstoffen moest sluiten, heeft Melchers in
Zevenaar een steenfabriek gesticht. De industrie die het 't langst - bijna 75
jaar - in Wehl heeft uitgehouden, was de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek, die in
september 1894, niet ver van het station, werd opgericht. Oprichters en tevens
eerste bestuursleden waren A. Ketelaar, L. van Laak, J. Roes, J. Daamen en
H.F.X. Moorman. De fabriek, die een uitstekende naam had en op vele binnen- en
buitenlandse tentoonstellingen prijzen in de wacht wist te slepen, werd geleid
door S.J. Heemskerk, die in 1944 werd opgevolgd door zijn zoon G.H. Heemskerk.
Hoewel het scheen, alsof de 'botterfabriek' niet was weg te denken uit Wehl,
werd zij toch, na een jaar tevoren een fusie met de ANDI te hebben aangegaan, in
1968 voorgoed gesloten. Inmiddels bestond er toen al weer enige jaren, namelijk
sinds 31 mei 1958, een andere industriële vestiging: die van de Fa. Berghaus.
Deze confectiefabriek, die ondertussen ook al weer jaren ter ziele is, bezorgde
in haar bloeitijd aan vele nijvere vrouwen- en meisjeshanden werk. Meer curieus
dan belangrijk was nog ten slotte de poppenkoppenfabriek die korte tijd na de
bevrijding aan de Cingelwal bestond. |