|
Veel meer dan de buurtschapsnaam 'de Wehlse Hei' of 'de
Heikant' is er van de heide niet over. En evenzo spreekt men van de Kilderse, de
Beekse en de Diemse Hei, zonder dat het oog daar nog door het paars van de
struikheide wordt gestreeld. In feite is dit één groot, aaneengesloten
heidegebied geweest. De eigendom berustte in Kilder bij het St.-Jansgilde (tot
1848), in Beek bij de markgenoten, in Didam evenzo, maar sinds 1814 bij de
gemeente. Ook in Wehl was de heide gemeenschappelijk bezit van de geërfden. De
boeren staken er plaggen, die in de potstallen tot meststof voor de akkers
werden omgevormd, en hoedden er hun schapen. Hoe en wanneer is deze heide, die
in 1735 op Wehls gebied zo'n 420 Rijnlandse morgen besloeg (dat is ongeveer 360
ha), aan haar einde gekomen? Dat was een gevolg van oorlogsschattingen, die uit
de vroegere Pruissische oorlogen voortvloeiden. Om de afgesloten leningen
eindelijk eens te kunnen aflossen zagen de geërfden in 1824 geen ander middel
dan over te gaan tot verkoop van de heide. Dat de 25 stemgerechtigde geërfden
het besluit met genoegen namen, kan niet worden gezegd. Men vreesde, dat de
heide na verkoop zou worden ontgonnen, hetgeen o.a. het einde van de
schapenteelt zou betekenen. Met name burgemeester Ph.J. de Bellefroid was tegen
verkoop. Maar de procedure was eenmaal op gang gebracht en de drie
commissieleden, die door de geërfden waren belast met de verkoop van de Wehlse
heide (namelijk G. Melchers, H. Stapelbroek en W. Coops), volbrachten hun taak,
nadat toestemming van gedeputeerde staten was verkregen. Jhr. mr. L.C.J.C.F. van
Nispen, administrateur van het Huis Bergh, werd koper. Hij bouwde het landhuis
'Stilliwald' en liet inderdaad de heide ontginnen. Zo ontstond het prachtige
bosgebied van Stilliwald, het Jagershuis en de Plantage. Van Nispen overleed in
1872 en werd op zijn landgoed begraven. Toen in 1913 de familie Van Nispen het
landgoed 'Stilliwald' verkocht aan de familie Van Laak, ontstond een
soortgelijke vrees als zo'n 90 jaar tevoren bij de verkoop van de heide. De
krant meldde althans: 'Naar ons tevens werd medegedeeld bestaat er groot gevaar,
dat de heerlijke bosschen nu gesloopt worden, iets wat we en zeer velen met ons
ten zeerste zouden betreuren.' Maar ditmaal was de vrees ongegrond. Het is de
Wehlse bosbouwers tot op heden gelukt, het mooie bosbezit te behouden, tot groot
genoegen van velen. |