Liemers Verleden Archieven Wehl ABC

Wehl - Heerlijkheid

Hoewel het tegen de zin van de Kleefse steden en stenden1 was, verpandde de keurvorst van Brandenburg, die ook hertog van Kleef was geworden, tegen het einde van de Tachtigjarige Oorlog, in 1647, Wehl aan graaf Albrecht van Bergh. Daardoor kwam Wehl in bestuurlijk opzicht los te staan van het ambt Liemers, waarvan het aardrijkskundig gezien allang los stond. Het werd een aparte heerlijkheid. De verpanding behelsde het vrije, allodiale en niet-leenroerige kerspel Wehl met alle rechten en inkomsten die de landsheer uit de plaats genoot. De belangrijkste van die rechten en inkomsten zullen we hier opsommen. Het waren de hoge en lage rechtspraak, de plaatselijke tienden, de tol, het jachtrecht in de hele heerlijkheid, de inkomsten uit de molen en uit verscheidene goederen, zoals het Kleefslag. De graaf van Bergh moest hier als pandsom het bedrag van tienduizend rijksdaalders tegenoverstellen.



Zegel van de heerlijkheid Wehl

Vanuit Zevenaar kwam twee jaar later een protest bij de keurvorst binnen: in het Zevenaarse stadsrecht was namelijk vastgelegd, dat aldaar ook voor Wehl recht gesproken zou worden. Weliswaar gaf de keurvorst toen opdracht aan ambtman en richter in de Liemers, Zevenaar tegenover de graaf van Bergh in zijn rechten te herstellen, maar de bemoeiingen zijn zonder resultaat gebleven. In het hoofdstukje 'Bestuur' wordt aangegeven, hoe na Bergh nog de geslachten Bentinck (1661-1673) en Van Wylich van Lottum (1673-1729) de heerlijkheid in pand hebben gehad, alsmede hoe daarna een meer rechtstreekse band met 'Berlijn' onstond. Een nieuwe fase ging de heerlijkheid in 1765 in. Nu was er geen verpanding meer aan de orde, maar verkoop. Van de familie Steengracht kwamen de 'heerlijke rechten' in 1781 door huwelijk aan de familie Von der Goltz. De Franse revolutie deed de waarde van verschillende heerlijkheidsrechten verbleken. Toen de gravin Von der Goltz in 1893 was overleden, bestond de heerlijkheid, die de erfgenamen twee jaar later ten verkoop aanboden, uit 373 ha grond, met daarnaast tiend-, grond-, jacht en andere rechten. Nauw met de heerlijkheid verbonden was kasteel Broekhuizen. Vermoedelijk was dat het geval sinds 1666, toen Hendrik Bentinck, de toenmalige heer van Wehl, het slot aankocht. In 1895 werd jhr. Leo van Nispen tot Sevenaer de koper. Maar het middeleeuwse huis, waarvan helaas geen afbeelding bekend is, was toen al afgebroken en vervangen door de huidige villa. Het pand bleef in trek als burgemeesterswoning; van 1941 tot 1971 was het, als ambtswoning, eigendom van de gemeente.

1 Stenden: de volksvertegenwoordigers van het platteland.

Volgende onderwerp: Huwelijken

 

Terug naar de vorige pagina