Liemers Verleden Archieven Wehl ABC

Wehl - Functionarissen

Binnen het gebied van Kerspel en Heerlijkheid hebben in de loop der eeuwen vele overheidsdienaren een verscheidenheid aan openbare functies uitgeoefend. De belangrijkste plaatselijke functionaris was de richter. Deze positie werd - voor zover de namen achterhaald konden worden - achtereenvolgens bekleed door: (onder voorbehoud)
Gelis van Langenvelt, 1448-...
Lambert Snoij, ca. 1478 Thijs Myrenberg, 1482-1493
Henrick van Bijlant, 1493
Bado van Huickelhaven, 1610-1630
Henrick Berck, 1630-1644
Walraven van Steenhuis, Heer tot Aerdt, Landdrost van het Graafschap Bergh, 1647 Henrick Knoppert, Landdrost van het Graafschap Bergh, 1650-1659
D. Hecking, ca. 1671, 1673
Ernst Casper van Loon, ca. 1678, 1697
Heinrich van Echteren, Richter van Grondstein, 1703-1731
Johan Mess, Kon. Pruisisch Domeinraad, Hoofdpachter der Heerlijkheid, 1731-1733
Arnold Felderhoff, tevens Receptor en Hoofdpachter der Heerlijkheid, 1733-1786 Henrick Conrad van Renesse, Richter der stad Emmerik,1787-1804
Friedrich Schwartz (later als notaris vermeld), 1804-1807

De richter werd bijgestaan door een gerichtsschrijver of secretaris. Beide functionarissen werden benoemd door de Heer van de Heerlijkheid, die het zogenaamde collatierecht (begevingsrecht) voor deze functies bezat. Wel diende de benoeming te worden bevestigd door de Pruisische Koning. Met een viertal schepenen (leden van o.m. de geslachten Bless, Melchers, Spall, Welling etc.) oefende de richter de lagere rechtspraak uit in de Heerlijkheid. Het dagelijks bestuur was in handen van de richter, terwijl ook de geërfden een taak in deze vervulden. Tot hun taak behoorden bijvoorbeeld de regeling betreffende het onderhoud van openbare wegen en bruggen, en het kiezen van de receptor of Steuereinnehmer. Lagere beambten waren - althans in de 18de eeuw - de schout of schultze, wiens taak het o.m. was de belastingen en pachtgelden te innen, de unterschultze en de armenjager, die belast was met het buiten de jurisdictie houden van bedelaars en ander gespuis. Tenslotte was er nog een bode. De benoeming van doodgraver en schoolmeester was toen nog een kerkelijke aangelegenheid. De negentiende eeuw bracht de burgemeester (van 1816-1825 schout genoemd) als hoogste vertegenwoordiger van het centrale gezag. Wehl heeft de volgende burgemeesters gehad:
1808-1810 Philippe Jacques de Bellefroid
1814 Philippe Jacques de Bellefroid
1815-1816 E.G.D. Haentjens
1816-1820 Jan Melchers 1820-1852 Gerhardus Melchers
1852-1854 Petrus Vemer
1854-1892 Henri Adolph N.M. Baron van Lamsweerde
1893-1897 Adolphus Ludovicus W. Baron van Hugenpoth tot Aerdt
1897 -1914 Joseph Alexander G.M. Baron van Lamsweerde
1914-1922 Hendrikus Theodorus Hoogveld
1922-1934 Hermanus Fredericus Moorman
1934-1939 Jhr. Joannes Ludovicus E.M. van Nispen tot Sevenaer
1940-1959 Willem Frederik G.L. Passtoors
1959-1967 Zeno Melchior Deurvorst
1968-1978 Cornelis Frederik Pauw
1979-1986 Jan Willem A.M. Verlinden
1986-2005 Roeland A.M.M. van de Boorn

Negentiende-eeuwse gemeentelijke functionarissen waren nog: veldwachter, wegwerker, nachtwaker en klepperman, doodgraver en waagmeester. 

 

Terug naar de vorige pagina