|
Liemers Verleden
Archieven
Wehl
ABC
Wehl - Bestuur
Ieder, die zich met de geschiedenis van Wehl gaat bezighouden, weet al spoedig:
tot aan de Franse Tijd was Wehl Duits gebied; sinds 1816 is het Nederlands. Dat
uitgangspunt willen we nu wat nuanceren.
Beginnen we met de periode van de
oudste schriftelijke bronnen, de late middeleeuwen dus. In die tijd kan men nog
niet van de Duitse of Nederlandse nationaliteit spreken. Het zijn de graven
(later hertogen) van Kleef en Gelder, en zijdelings ook de graaf van Bergh, die
hier hun bezittingen en belangen hadden. Door oorlogen, vererving en verpanding
traden verschuivingen in de machtsverhoudingen op. Zo behoorde in 1405 de helft
van de nederzetting Wehl aan Kleef; Gelders daarentegen was 'dat dele van Weele
van der kirken toe dene Duyswerde'. Laatstgenoemde waard moeten we vermoedelijk
in de richting Nieuw-Wehl zoeken; ook een naam als 'Deutseweg', de vroegere naam
van de Nieuwwehlseweg, wijst in die richting. In de loop van de vijftiende eeuw
schijnt Kleef er vastere voet te hebben gekregen. Wehl had toen een eigen
gericht. De naam Galgengoed zou heel goed op een oude terechtstellingsplek
kunnen wijzen. Het gericht had overigens ook andere taken dan rechtspreken,
zoals het vastleggen van boedelscheidingen en kooptransacties van onroerende
goederen.
Het jaar 1487 bracht verandering: Zevenaar kreeg stadsrechten. Dat had
de opheffing van het Wehlse gericht ten gevolge, of liever gezegd de
verplaatsing naar Zevenaar, waar van toen af de bestuurszaken geregeld werden
voor de stad Zevenaar en het ambt Liemers (dat waren de plaatsen Oud- Zevenaar,
Groessen, Loo, Duiven en Wehl). Die toestand duurde 160 jaar. In 1647 splitste
de Kleefse hertog Wehl van het ambt Liemers af. Hij verpandde de plaats aan de
graaf van Bergh. Deze verpanding was aanleiding, de grenzen van de heerlijkheid
eens nauwkeurig vast te leggen. De kaart, die de landmeter toen tekende, vindt u
onder nr. 15 van het boek 'Des landmeters trots' (door J.W. van Petersen,
Zutphen, 1974)-Vanaf 1647 kende Wehl, ondanks protest van Zevenaar, weer een
eigen gericht: het werd uitgeoefend door de landdrost van Bergh als richter,
bijgestaan door enkele plaatselijke schepenen.
Bergh bleef niet lang als
pandhouder in functie: van 1661 tot 1673 trad het geslacht Bentinck als zodanig
op en van 1673 tot 1729 het geslacht Van Wylich van Lottum.
Inmiddels was er in
groter verband het een en ander gebeurd. het hertogelijke Kleefse Huis was in
1619 uitgestorven en de titel 'Hertog van Kleef', inclusief bezittingen en
rechten, was overgegaan op de markgraaf van Brandenburg. Dit markgraafschap -
tevens keurvorstendom - groeide in 1701 uit tot het koninkrijk Pruisen.
Eigenlijk was Berlijn daarmee voor Wehl de hoofdstad geworden, maar de meeste
aangelegenheden, waarvoor men een hogere overheid nodig had, konden in Kleef (de
provincie-hoofdstad) of in Emmerik worden afgedaan. Een belangrijk
bestuurscollege was de 'Krieges- und Domänen Cammer' te Kleef, die zich
overigens in de loop der tijd met heel wat meer dan alleen oorlogs- en
domeinzaken was gaan bezighouden. Bepaalde plaatselijke belangen, zoals het
onderhoud van wegen en waterleidingen, werden door de Wehlse geërfdenorganisatie
behartigd. Een jaarlijks vastgestelde omslag per morgen grond (het
'rondemorgengeld') bestreed de kosten, die met deze 'gemeenheidstaken' gepaard
gingen. We zouden deze bijdrage als de voorloper van de gemeentelijke
belastingen en de polderlasten kunnen beschouwen.
In 1729 trok de landsheer de
inkomsten uit de heerlijkheid Wehl rechtstreeks aan zich, althans ze kwamen
enkele tientallen jaren, tot in 1765, ten goede aan de Pruisische
'Invalidenkasse'. Vermoedelijk verband houdende met de nasleep van de
Zevenjarige Oorlog, die zware offers van Pruisen eiste, verkocht de koning in
1765 de heerlijkheid Wehl aan Cornelis Steengracht. Deze transactie lijkt
ingrijpender dan ze voor de inwoners in feite was. De Pruisische koning bleef
landsheer en richter Arnold Felderhoff, reeds vanaf 1733 in functie, bleef
gewoon op zijn post.
Het jaar 1806 is belangrijk; we kunnen het beschouwen als
breekpunt tussen het oude uit het feodalisme ontstane regime en de nieuwe tijd.
Wehl hoorde nu tot het op Franse revolutieleest geschoeide hertogdom -later
groothertogdom - Berg. Deze staat had Düsseldorf tot hoofdstad; de naam Berg
houdt verband met het aldaar gelegen 'Bergische Land' en staat geheel los van
het graafschap Bergh ('s-Heerenberg).
Twee jaar later onderging Wehl de
bestuursreorganisatie, die in Berg plaatsvond; het werd een gemeente binnen het
kanton Emmerik. Na weer twee jaar, eind 1810, vond de rechtstreekse inlijving
bij Frankrijk plaats. De nederlaag van Napoleon weerspiegelt zich ook in de
Wehlse geschiedenis: in januari 1814 werd Wehl weer Pruisisch. Dit was echter
niet van lange duur. Het Congres van Wenen, dat de balans van de Franse
Revolutie opmaakte en de afwikkeling van de er uit voortvloeiende staatkundige
problemen tot taak had, besliste in 1815 dat Wehl, evenals de meeste andere
voormalige Kleefse enclaves, bij Nederland zou worden gevoegd. Dit kreeg op 1
juni 1816 zijn beslag. Een heel wat stabielere periode brak toen aan. De toen
aanwezige indeling in drie bestuurslagen (rijk, provincie en gemeente) geldt nog
steeds.
Natuurlijk zijn de afgelopen 170 jaren niet rimpelloos verlopen, ook op
bestuurlijk vlak niet. Een moeilijke periode kende Wehl in de jaren dertig van
de twintigste eeuw, toen de gemeentefinanciën ontredderd waren geraakt, waardoor
de bestuurbaarheid danig bemoeilijkt werd. En de daarna volgende knechting door
de vijand in de jaren 1940-45 deed de onbetaalbare waarde gevoelen van een in
vrijheid gevoerd democratisch bestuur.Volgende onderwerp:
Brandweer
 |
|
|
Terug naar de vorige pagina
|