Liemers Verleden Archieven Wehl ABC

Wehl - Zevenaar

'Wehl bij Zevenaar'. Die aanduiding was vroeger, vóór de postcode zulks onnodig maakte, nogal eens te vinden in adresseringen. Zeker, ook 'bij Didam' en 'bij Doetinchem' koos men wel. Maar met Zevenaar, hoewel iets verderaf gelegen, was kennelijk toch een zekere band voelbaar. In januari 1487 kreeg Zevenaar een nieuwe status. Het verwierf eigen stadsrechten en werd het bestuurscentrum van het ambt Liemers. Dit had verschillende gevolgen voor Wehl. Zo werd het gericht naar Zevenaar verplaatst. We hebben in het hoofdstukje 'Bestuur' al gezien, dat de richter zich niet alleen met rechtspraak bezig hield, maar ook met zaken die thans tot de bevoegdheid van de burgemeester, het gemeentebestuur of de notaris behoren. Verder was in het Zevenaarse stadsrecht vastgelegd, dat voor de hele Liemers het broodbakken en bierbrouwen voor de verkoop uitsluitend in Zevenaar mocht plaatsvinden. In 1620 werd een jongen van Zevenaar naar Wehl gestuurd met een brief voor de schout, waarin in duidelijke termen het voorschrift was vervat, dat de brouwers geen 'dubbel byer' mochten brouwen. Over hetzelfde jaar betaalden de Wehlse cijnsmeesters Henrick Steentgens, Jan van Raij en Willem Maes op het raadhuis van Zevenaar honderd daalder pacht voor de Wehlse cijnzen en tol. De bestuurlijke afhankelijkheid van Zevenaar verminderde, toen Wehl in 1647 een eigen heerlijkheid werd en ter plaatse weer gericht werd gehouden. Maar op het gebied van bakken en brouwen wisten de Zevenaarders maar al te goed, wat hun stadsrecht bepaalde. In 1653 kwam het tot een overeenkomst tussen de Wehlse brouwers en bakkers en de stad Zevenaar. Wegens de afgelegen ligging van Wehl stond Zevenaar aan genoemde neringdoenden toe, tegen betaling van een overeengekomen retributie zelf bier te brouwen en brood te bakken. Al was er natuurlijk ook migratie van Wehl naar Gelderse - in feite 'buitenlandse' - plaatsen, en omgekeerd, in het Kleefse Zevenaar vinden we in de periode 1706-1718 een vijftal Wehlenaren als burger opgenomen: Henrick Henrixen, Gerhardt Spall, Daem Reinders, Jan Bartols en Jan Bernts. En daarnaast waren er uiteraard tussen Wehl en het ambt Liemers (d.w.z. Oud-Zevenaar, Duiven, Groessen en Loo) verhuizingen van plattelanders, die buiten het stadsrecht om plaatsvonden. Na 1816 taande begrijpelijkerwijs de bijzondere band met Zevenaar, het stadje, dat ooit door Kleefse militairen vanuit Wehl slechts via de neutrale Koningsweg te bereiken was (en de geweren volgden hen op een kar, want ze mochten alleen ongewapend door Gelders gebied trekken). Maar zoals gezegd, nog heel lang lag Wehl voor veel mensen 'bij Zevenaar'.

Terug naar de onderwerpen

 

Terug naar de vorige pagina