Enkele kaarten van de stad Doesburg met haar verdedigingswerken.

Tweede helft 17de eeuw |

1867 |

Omstreeks 1654 |
De oorlogsomstandigheden noodzaakten Prins Maurits in 1607 een groot garnizoen
in Doesburg te doen legeren. In verband hiermee diende de stad beter beveiligd
te worden. De oude middeleeuwse muren en torens, die overigens voor een deel al
door de Spanjaarden waren geslecht, zouden moeten worden afgebroken en vervangen
door aarden wallen met grachten (Zie de kaarten links en rechts). Bovendien zou
de Oude IJssel bij de Ooipoort in de IJssel worden geleid, en niet meer, zoals
voorheen, ten oosten langs de stad stromen. De Raad van State en de Staten
Generaal gingen met de door de Engelse fortificatiemeester van Doesburg, Raef
Dexter opgestelde plannen accoord; naar de mening van Doesburg werd nauwelijks
gevraagd. En dat niet alleen, de stad moest de kosten van de afbraak nog zelf
betalen ook. En de oude stenen dienden goed te worden schoongemaakt en
vervolgens opgestapeld te worden tot een totaal van 2.500.000. De rest werd met
een royaal gebaar geschonken "tot reparatie van de oude verfallene gemeente
offte particuliere huizingen".
Wat er nog aan poorten, torens en muren over was gebleven, hebben de Fransen
gedurende hun bezetting van 1672-1674 grondig verwijderd. Alleen de Rode Toren,
die als stadsgevangenis diende en nabij de Kleine Wal gelegen was, is toen
blijven staan.
In de jaren 1701 tot omstreeks 1730 werd volgens de modernste vestingbouwkundige
inzichten, door Menno Baron van Coehoorn "een linie met gracht en
contre-escarpe, over de hoogten van den ouden naar den nieuwen IJssel"
aangelegd. (Zie de kaart uit 1867) Deze linie is evenals de oudere
grachtengordel rond de stad nog grotendeels intact. Ze is in twee etappen
ontstaan, eerst de hoge linie bij de IJssel, en daarna de lage linie langs de
Oude IJssel. Ze raakten elkaar niet ver van de militaire gerichtsplaats. Via de
Drempter dijk kon men de vesting verlaten of binnenkomen. Een tweede toegangsweg
tot de vesting was in het zuiden gelegen. Even voor het Broekhuizer water
verenigden zich hier de wegen naar Giesbeek, Bingerden en Angerlo.
Op 23 november 1813 toen de stad door de Pruisen werd veroverd, hebben de
fortificatiën voor het laatst haar nut bewezen. Bij K.B. van 1 november 1923,
nr. 498, is de vesting Doesburg opgeheven.De drie kaarten bevinden zich in de
kaartencollectie van het stadsarchief.
(Bron: Des Landmeters Trots, Oude kaarten van het gebied achter Rijn en
IJssel, door J.W. van Petersen. Zutphen, 1974.)
Doesburg circa 1654
Deze plattegrond met het fraaie stadsgezicht is afkomstig uit Slichtenhorst
"Geldersse Geschiedenissen".
|