Liemers Verleden Archieven Didam

Nieuw boek van Henk Stevens over maalderijen in Didam

DE MAALDERIJEN VAN DIDAM

VAN MOLENS TOT FABRIEK

De molens in onze contreien waren windkorenmolens, in feite maalderijen.

Dat is het uitgangspunt van het nieuwe boek dat door de auteur met medewerking van de oudheidkundige vereniging Didam wordt uitgegeven.

Door de uitvinding van machines en motoren kon ook het malen op de windmolens hiermee gebeuren. De molenaar was daardoor niet meer afhankelijk van de nukken van de wind; velen kozen lange tijd voor een combinatie van beide aandrijfmogelijkheden. Was er geen gratis wind, dan gebruikte men de motorische aandrijving. Met een eenvoudige constructie kon de wiekenas uitgeschakeld en de motor ingeschakeld worden.

Daarnaast ging men over tot het benutten van twee aparte eenheden, men plaatste in een extra ruimte één of twee koppels stenen en dreef die aan met een motor. De windmolen bleef dan gehandhaafd als tweede eenheid, hij kwam ook op de tweede plaats: van hoofdbedrijf werd hij een aanvullende bedrijfseenheid. Door uitbreiding van de motorische maalderijen vervielen veel molens op den duur tot (bedrijfsmatig) nutteloze, dure bouwwerken.

Instellingen of particulieren die met een maalderij wilden beginnen, waren duidelijk in het voordeel bij de windkorenmolenaars. Zij konden bij wijze van spreken in hun schuur een koppel stenen plaatsen en aandrijven met een motor. Ook de ontwikkelingen in de maalderijwereld konden zij gemakkelijker realiseren. De windkorenmolenaars moesten daarin meegaan wilden ze het hoofd boven water houden. In Didam lukte dat lange tijd de eigenaren van de Korenbloem en de St. Martinusmolen.

Het boek is in een aantal hoofdmoten verdeeld, te weten: de windmolens als maalderijen (vier stuks), de landbouwcoöperaties met hun maalderijen (de ‘Boerenbond’ en De Vruchtboom) en de particuliere maalderijen (zes stuks). Er is, naast de technische ontwikkelingen in de windkorenmolens en de andere maalderijen, veel aandacht besteed aan de geschiedenis van de landbouwcoöperaties. Zij speelden een belangrijke rol in de productie, verwerking en afzet van granen, meel en mengvoeders.

Uiteindelijk zouden alle particuliere maalderijen in Didam, en vele in naaste omgeving, opgaan in mengvoederfabriek Agruniek in Didam. Daaraan is een kort afsluitend hoofdstuk gewijd.

De inhoud van dit boek staat model voor de maalderijgeschiedenis in veel andere plaatsen.


Naar inschrijfformulier, klik hier. 

 

 

Terug naar de vorige pagina