Liemers Verleden Archieven Didam ABC

Didam - Schutterijen

Op sommige dorpskomborden van vóór de fusie staat het nog: Didam – Schuttersgemeente. Onder ‘gemeente’ moeten we nu maar verstaan: ‘gemeenschap’, tenslotte is Didam nu geen aparte gemeente meer. Het woord ‘gemeenschap’ geeft trouwens ook beter de kern weer van het huidige begrip ‘schutterij’. De slogan moge zijn: Voor God, Koningin en Vaderland, het belangrijkste voor de leden is toch het jaarlijkse schuttersfeest. Dan komt het gevoel van broederschap in de rondgang door het dorp, de vendelhulde voor het gemeentehuis en vooral door het gezamenlijk en uitbundig feestvieren, het best tot uiting.

Didam is een echte schuttersgemeenschap. Binnen haar grenzen telt ze liefst zeven schut-terijen. In volgorde van leeftijd zijn dat: De Eendracht (centrum), Loil Vooruit (Loil), St. Martinus (Greffelkamp), St. Antonius (Nieuw-Dijk), De Heegh (Heegh), St. Isidorus (Oud-Dijk) en Wilhelmina (divers). Men stelt wel dat dit grote aantal een gevolg is van de vroeger zo hechte buurtschappen. Er is een goede verstandhouding tussen de schutterijen die tezamen de Kring Didam vormen; een kring binnen de Federatie van de Gelderse Schuttersgilden.

De eigenlijke, historische schutterijen ontstonden uit de noodzaak van groepen mensen om hun land en goed te beschermen (‘beschutten’) tegen allerlei onheil. Dat was in de tijd dat er nog geen regelende en beschermende overheid bestond. Naast de puur verdedigende taak ontwikkelde de schutterij zich tot een sociale organisatie. Daarbij moet gedacht worden aan het brandblussen, begraven, elkaar ondersteunen bij tegenspoed en natuurlijk ook het gezamenlijk feestvieren. Naast de plattelandsschutterijen waren er de stedelijke schuttersgilden, voortgekomen uit de zogenaamde ambachtsgilden (georganiseerde groepen ambachtslieden).

Na het verdrijven van de Spaanse (katholieke) overheersers (midden 17e eeuw), werd de gereformeerde godsdienst, staatsgodsdienst. Alle uitingen van katholieke geloofsbeleving, waaronder het schuttersgebeuren, werden verboden. De Fransen brachten in 1795 weliswaar vrijheid van godsdienst, maar de heroprichting van schuttersgilden bleef, wegens het militaire aspect, verboden.

Een echte opleving van het schuttersgebeuren ontstond pas na het midden van de 19e eeuw toen de Katholieke Kerk weer openbaar en naar eigen inzicht mocht functioneren. Zij stimuleerde het (her)oprichten van schuttersgilden (verenigingen) als middel van binding tussen haar leden. De oorspronkelijke bestaansredenen waren achterhaald door de maatschappelijke en militaire ontwikkelingen.

De schutterijen fungeren nu slechts als folkloristische gezelligheidsverenigingen, met vage verwijzingen naar een rijk historisch verleden. In het plaatselijke schuttersmuseum wordt dat uitgebeeld. Vlak daarbij staat het beeld van ‘de schutter’.

       

Bronnen:
K. van Beek, Schutterijen in Didam 1420-1897 (Didam 1999)
E. Buiting, Daar komen de schutters (Didam 1998)

Volgende onderwerp: Tienden

 

Terug naar de vorige pagina