|
Een processie is een
godsdienstige plechtigheid binnen de rooms katholieke kerk. Ze vindt plaats in
de vorm van een optocht van geestelijken en andere gelovigen.
Van oorsprong werd een processie
beschouwd als een uiting van geloof en devotie ter ere van de hemelse machten.
Later hield men ook processies bij het inhalen van nieuwbenoemde priesters, bij
oogstdankfeesten enz. Kortom bij gelegenheden waarbij God’s zegen werd afgesmeekt
voor een succesvolle onderneming, gerelateerd aan het geloof.
De belangrijkste processie was de
sacramentsprocessie. Ze werd gehouden ter ere van het Heilig Sacrament,
verbeeld in een gewijde hostie (zinnebeeld van het lichaam van Christus).
Na de Tachtigjarige Oorlog
(1568-1648) was de Republiek der Verenigde Nederlanden een protestante natie
geworden. De katholieke geloofsbeleving kwam onder zware druk te staan.
Uiterlijk vertoon in de vorm van processies was uit den boze. Daarom verkozen
de gelovigen deel te nemen aan processies buiten Nederland (bijvoorbeeld in Kevelaer)
of aan ‘stille omgangen’. De laatste hield men ’s nachts, zonder tekenen als
vaandels en kruizen en zonder hardop te bidden (‘stil’). [Nog steeds wordt de
Stille Omgang van Amsterdam gehouden.]
Napoleon sloot in 1801 een
convenant met de paus waarbij werd bepaald dat in overwegend katholieke
plaatsen, processies mochten plaatsvinden. Na de Franse Tijd draaide de protestantse
overheid de toestemming weer terug. Regelmatig paste ze de regelgeving
hieromtrent aan: gedeeltelijk toestaan, geheel verbieden, al dan niet met
uitzondering van…enzovoorts.
Uittrekken op de openbare weg
bleef verboden. Pas met de grondwetswijziging van 1983 (geëffectueerd in 1989)
werd het processieverbod opgeheven. De eerste maal dat daarvan gebruik werd
gemaakt, was met de Willibrordprocessie in 2002 te Utrecht, onder het motto
‘geloven mag gezien worden’.
Voorheen werd echter al niet meer
zo strikt opgetreden tegen openlijke geloofsuitingen. Vanaf 1948 hielden de
katholieke parochies van Didam en Nieuw-Dijk jaarlijks een sacramentsprocessie
op de openbare weg. De ‘ommegang’ bestond uit een kleurrijke stoet van
bruidjes, verenigingen en schutterijen. Maar het voornaamste was natuurlijk het
meedragen van het Allerheiligste, de geconsacreerde hostie in de monstrans.
Zoals vermeld greep men meerdere
gelegenheden aan om processies te houden. Naast de (tegenwoordig spaarzame) rondgangen
in de kerk en/of door de kerktuin, was vroeger de zogenaamde kindheidsoptocht
een openbare aangelegenheid. Hij was bedoeld om de missiegedachte bij kinderen
te bevorderen. Anno 2007 vinden er in Didam geen processies op de openbare weg
meer plaats. Wel worden er nog steeds bedevaarten (‘processies’) georganiseerd
naar onder andere Wittem, Kevelaer, Banneux en Lourdes.
Bronnen:
E. Stender, Het processieverbod,in: Old Senders Ni’js, jaargang 2006, nummer 4.
O.V.D., Kerkenboek Didam (Nijmegen 2000)
Volgende
onderwerp: Raadhuis
 |