|
Uit de pogingen tot herleiden van de naam Didam door A.
Tinneveld, kan opgemaakt worden dat begin 1400 voor het eerst ‘Didam’
geschreven werd. Vóór die tijd (maar ook nog lang daarna) bestond er een grote
variatie in de naamsvermelding.
A. Tibus schreef in de periodiek ‘Gelre, bijdragen en
mededelingen, nr. XXVI’: Didam, gelegen in de Lijmers Leomerik) ondergouw van
de gouw Hameland, is een der oudste plaatsen, welke in de oorkonden vermeld
worden. Den 7 Fer. 1828 gaf Gerward, zoon van Landward, aan de kerk van Utrecht
de goederen, welke hem bij erfenis toekwamen en gelegen waren in het dorp Theoden.
A. Tinneveld had zijn twijfels
over deze naam [voor Didam], die hij beschouwde als enkel een persoonsnaam
(Theodo). Hij veronderstelde dat de oorspronkelijke, komplete naam Theodanhaim
is geweest. Van daaruit redenerend vond hij een aannemelijke overgang naar Diedeym,
Dyehem en Dyem. [In het dialect spreekt men nog steeds van ‘Diem’.]
De overstap naar het ‘nettere’ Didam werd kort daarna de officiële
spelling, om welke reden is on-duidelijk. Maar zoals gezegd werden lang daarna
nog in tal van akten, (meestal) fonetische varianten op de naam gebruikt.
Bronnen:
L.J. van der Heijden, Geschiedenis der parochie Didam (Utrecht 1937)
A. Tinneveld, Toponymie van Didam (Amsterdam 1973)
Volgende
onderwerp: Oorlogsperikelen
 |