Liemers Verleden Archieven Didam ABC

Didam - Kerkhoven

Een kerkhof was oorspronkelijk een hof (‘tuin’) om de kerk waar overledenen begraven werden. Belangrijke inwoners en geestelijken kregen hun laatste rustplaats in de kerk. Meestal werden deze graven afgedekt met stenen met ingehakte teksten, symbolen en familiewapens.

Er kwam echter steeds meer verzet tegen de onhygiënische toestand die er door ontstond. Vanaf 1829 werd het begraven in de kerk verboden. Gemeenten met meer dan duizend inwoners moesten een begraafplaats buiten de bebouwde kom aanleggen. Particulieren mochten wel (buiten de bebouwde kom) over een privé begraafplaats beschikken. Zo ligt in Loil, vlakbij Huize Bosschlag het veldgraf van Jacob Schattenkerk. Ook de voormalige graven in de kloostertuin van de zusters van het Piusklooster kan men als zodanig beschouwen.

De katholieke gemeenschap had op 11 december 1828 al een eigen begraafplaats in gebruik-genomen bij haar kerkje op de hoek van de huidige Kerkstraat/Dk. Reuvekamplaan. Het eerste graf was voor freule Maria Anna Knoppert. Zij was de laatste adellijke bewoonster van de voormalige havezate Overenk in Loil.

De gemeente zorgde voor de aanleg van een algemene (Hervormde) begraafplaats aan (nu) de Wilhelminastraat, ter hoogte van huisnummer 60. Door de uitbreiding van het dorp kwam dit kerkhof toch weer te dicht bij de bebouwde kom te liggen. In 1912 besloot de gemeenteraad het te sluiten en te verplaatsen naar de Koningsweg. De beperkte omvang ervan was bepaald door het geringe aantal ‘algemenen’: protestanten en enkele zwervers. In de Tweede Wereldoorlog begroef men hier ook tijdelijk enkele overleden Duitsers. Dit sterk verwaarloosde kerkhofje werd in 1971 gesloten. Het was in feite ook overbodig geworden omdat al in 1868 de protestanten een nieuwe begraafplaats kregen (op de huidige locatie aan de Wilhel-minastraat).

De katholieke kerken in Loil (1910) en Nieuw-Dijk (1911) kregen elk hun eigen kerkhof. De begraafplaats bij de (in 2006 gesloopte) St. Martinuskerk, raakte vol en de gemeente maakte plannen voor een nieuw, groot complex buiten de woonkernen. In 1978 nam men deze algemene begraafplaats aan de Kerkwijkweg in gebruik. Het St. Martinuskerkhof werd per zelfde datum gesloten en krijgt mogelijk een gedeeltelijke monumentenstatus.

Op een aantal kerkhoven zijn oorlogsslachtoffers begraven. De betreffende graven worden onderhouden door de Oorlogsgravenstichting.

     
 

Bronnen:

F. Staring, Leven met de doden, in: Kerkenboek Didam (Nijmegen 2000)
H. Stevens, Oaver Diem 1996, blz. 10 en 17

Volgende onderwerp: Landbouw

 

Terug naar de vorige pagina