|
De voormalige gemeenten Didam en
Bergh gingen per 1 januari 2005 op in de gemeente Montferland. De aanduiding
‘gemeente’, in de zin van afgebakend bestuursgebied met aan het hoofd een
burgemeester, ontstond in de Franse tijd (1795-1813).
Daarvóór vormde Didam een
‘heerlijkheid’, een bestuursgebied dat vele eeuwen eigendom was van de ‘heren’
(na 1486: graven) Van den Bergh. De heer (graaf ) Van den Bergh stelde in zijn
heerlijkheid een richter (later: drost) aan. De taak van de drost was deels van
justitiële aard, deels van civiele aard. Bij criminele gebeurtenissen
verrichtte hij samen met een fiscaal (‘officier van justitie’) en een
landschrijver (‘griffier’) het vooronderzoek. De bevindingen daarvan droeg de
drost over aan het Hof van Gelre dat de eigenlijke rechtspraak deed.
De civiele functies van de drost
waren veelomvattend. Hij had de zorg voor het vastleggen van transportakten van
onroerende goederen, het beschrijven van voogdijstellingen en boedelscheidingen
en tevens zat hij de geërfdenvergaderingen voor. De geërfden waren de
(groot)grond- en bosbezitters die bij hun (meestal) éénjaarlijkse
vergaderingen, belangrijke beslissingen namen over belastingen, wegen,
onderwijs, waterbeheersing enz.
Nadat de Republiek der Verenigde
Nederlanden was verdwenen, werden er binnen de Bataafse Republiek (1795-1806)
municipaliteiten (‘gemeentebesturen’) ingesteld, bestaande uit minimaal drie
personen. De drost bleef echter tot 1811 zijn oude functies uitoefenen volgens
het ‘Reglement van de organisatie van het platteland des quartiers van Zutphen
d.d. 15 october 1796’. In Didam waren in die periode, drost: J.A. Tengbergen,
J.G. Leenhof, A. Rietveld, A. de Both, J.H. Tengbergen en B. van Hasselt.
Toen Napoleon Bonaparte het
koninkrijk Holland (1806-1810) in 1811 bij het Franse keizerrijk inlijfde, werd
de organisatie van de bestuurseenheden weer veranderd. De afzonder-lijke
plaatsen kregen de naam ‘mairie’. Samen met de mairies ’s-Heerenberg en Zeddam
vormde de mairie Didam, het kanton ’s-Heerenberg. Een aantal kantons tezamen
vormden een arrondissement, in dit geval van Zutphen. [Het bewuste kanton
omvatte toen grotendeels het grondgebied van de huidige gemeente Montferland.
Nog een overeenkomst betreft de van hogerhand opgelegde samenvoeging van de afzonderlijke
gemeenten.]
De eerste, niet door Huis Bergh
aangestelde maire (‘burgemeester’), werd Gerrit Roemaat met als
plaatsvervanger/assistent Jan van Embden. Daarmee behoorde de eeuwenlange
hechte band van Didam met Huis Bergh definitief tot het verleden.
Bron:
W. Zondervan, Inleiding tot het oud en nieuw archief van Didam (Didam 1957)
Volgende
onderwerp: Heide
 |