Liemers Verleden Archieven Didam ABC

Didam - Eekschillen

Het eek(eik)schillen bestond uit het schillen van eikenstammetjes (het ontdoen van de bast). De bast werd gemalen in speciale molens waarbij een smurrie ontstond die men ‘run’ noem-de. Dit vormde een belangrijke stof bij het looien van dierenhuiden tot leer en ook voor het zogenaamde tanen (looien) van scheeps- en molenzeilen. Leerlooierijen stonden o.a. in Lichtenvoorde. In het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen zijn de ‘taanketels’ nog te bezichtigen.

Tot circa 1900 vormde het eekschillen ook in Didam voor veel mensen een welkome aan-vulling op hun karige inkomen. Bij het opmeten en benoemen van percelen voor het kadaster van 1832 vinden we regelmatig vermeldingen van ‘akkermaalshout’(eikenhakhout). Vaak kocht een groepje mensen een hoeveelheid eikenhakhout, meestal van Huis Bergh dat rond 1850 nog zo’n 125 hectare bezat. Door met enkele mensen samen te werken kon er een zekere logistiek in de werkzaamheden gerealiseerd worden. De beste tijd voor het ontschorsen (schillen) was van half mei tot eind juni, in die periode bevat de schors het meeste voedings-sap. Na het afhakken van de takken werden ze op een lengte van circa 50 cm gemaakt. Daarna begon het loskloppen van de bast. Door in een gat te gaan staan hoefde de ‘klopper’ zich bij deze handeling niet te bukken. Rustend op een grote steen, werden de stammetjes met een hamer of de achterkant van een bijl bewerkt, net zolang tot de bast los kwam. Maandenlang liepen de eekschillers nog met bruin/zwarte handen omdat de eekstof diep in het vel drong. De basten werden op een open terrein te drogen gelegd. Voor het vermalen en om schimmel te voorkomen moesten ze goed droog zijn. Opkopers vervoerden het product naar eekschil-molens (ook runmolens genoemd) of rechtstreeks naar de fabrieken, waar men zelf voor het vermalen en de toepassing van de smurrie voor looiproces zorgde.

   

Toen de fabrikanten na 1920 buitenlandse (lees: chemische) looimiddelen gingen gebruiken, was het – behoudens een korte opleving in de oorlogsjaren – gedaan met het eekschillen.

Bronnen:

Het eekschillen, een verdwenen bedrijf , in: Weekblad De Liemers van 12 mei 1951
Th.H. Hulshof, De ontwikkeling van de Liemerse landbouw sinds 1890, in:Gedenkboek De Liemers (Didam 1953)

Volgende onderwerp: Gemeente

 

Terug naar de vorige pagina