Liemers Verleden Archieven Didam ABC

Didam - Banken

Op 21 november 1897 passeerde de oprichtingsakte van de Coöperatieve Boerenleenbank in Didam. De organisatie van de bank berustte op het Raiffeisensysteem: leden legden tegen een geringe vergoeding geld in en waren onbeperkt aansprakelijk voor eventuele tekorten. Met het geld werden mensen geholpen om een (landbouw)bedrijfje op te starten of uit te breiden.

Om tegenvallers op te kunnen vangen, werd er een reservefonds gesticht. De bank had (heeft) geen winstoogmerk en keerde (keert) geen dividend uit aan de leden. Een deel van de opbrengst gebruikte men voor charitatieve doeleinden en zaken van algemeen nut. De Didamse Boerenleenbank was tot 1913 aangesloten bij de Centrale Raiffeisenbank. Toen stapte men over naar de Centrale Boerenleenbank, de overkoepelende bank van plaatselijke, zelfstandige banken.

De zeer beperkte werkzaamheden in de beginjaren kon kassier J. ter Laak thuis aan de keukentafel af. De functie betaalde slecht en daardoor volgden de kassiers elkaar snel op. Met Jan Nova kwam er continuïteit in het beheer van de gelden. Een opkamer bij hem thuis diende als ‘kantoor’. In 1938 werd Gradus Rasing de volgende kassier. Na de oorlog kwam het bankwezen in een stroomversnelling, maar alle bankhandelingen gebeurden nog met de hand. Na 1960 breidde het aantal activiteiten zich uit en nam het personeel verder toe. Automatisering volgde in de jaren zeventig. Gradus Rasing bankierde in een gehuurde ruimte van café Het Zwijnshoofd. In 1952 kon de bank iets verderop in de Wilhelminastraat voor het eerst over een heus kantoor beschikken. Nieuwbouw volgde in 1961 op de hoek Raad-huisstraat/Hoofdstraat. Daarna volgde nieuwbouw aan de Kerkstraat. Modernisering, auto-matisering en uitbreiding van het dienstenpakket eisten steeds betere en goedbereikbare gebouwen. Daarom werden er bijkantoren geopend in Loil en Nieuw-Dijk, maar om diverse redenen ook weer afgestoten.

De Raiffeisenbank in Didam dankte zijn ontstaan aan de oprichting van de coöperatieve verbruikersvereniging De Vruchtboom (een tegenhanger van de katholieke coöperatie A.B.T.B.). De geldcirculaties maakten het aantrekkelijk voor het bestuur van De Vruchtboom om ook met een bank te beginnen (1960). Dat werd de Raiffeisenbank. In feite stonden beide banken qua doelstelling en organisatie dicht bij elkaar. De heer J. Oosterlaken werd directeur. Ook hier gold het verhaal van de snelle groei en het verkassen naar betere locaties. In 1973 gingen de banken samen verder onder de naam RaBobank, in eerste instantie met een twee-koppige directie: G. Rasing en J. Oosterlaken. De huidige directeur, H. Aleven, kwam in 1986 in functie. En weer werd het bankgebouw te klein; in 2005 liet het bestuur een modern ge-bouw neerzetten in het hart van het dorp op de hoek Schoolstraat / Wilhelminastraat.

     
Naast de Rabobank zijn ook ABN-AMRO, AMEV en CVB in Didam vertegenwoordigd. De Rabobank is echter verreweg de grootste met, lokaal gezien, de oudste geschiedenis.

Bron:

Stevens, H., Honderd jaar bankieren in Didam (Didam 1997)

Volgende onderwerp: Brandweer

 

Terug naar de vorige pagina